De Kromme Rechtspraak

Een Nederlandse advocaat kan van een Nederlandse burger eisen binnen een etmaal data van verhindering door te geven ten behoeve van een door hem beoogd kort geding. Tevens staat de Nederlandse wet toe dat die advocaat niet verplicht is de argeloze burger tijdig te informeren over welk onderwerp de tenlastelegging gaat. Het systeem staat kennelijk ook toe dat genoemde advocaat de burger ook dagen of zelfs weken de stuipen op het lijf mag jagen met de dreiging van een gerechtelijke procedure. De argeloze burger blijft een tastende in het duister. Hij krijg zelfs nauwelijks of geen tijd om een eigen advocaat te vinden en hem te vragen naar diens verhinderdata, laat staan de eigen advocaat te informeren over de tenlastelegging.

De burger wordt gedwongen als het ware geblinddoekt voor de rechtbank te verschijnen – een opdracht die normaal gesproken aan Vrouwe Justitia wordt toegedacht. Is dit het veelgeroemde, onafhankelijke Nederlandse rechtssysteem? Is dit rechtvaardig? Leidt dit tot ‘recht’spraak of tot ‘krom’spraak?

Navraag bij de rechtbank leert dat de burger simpelweg rustig moet afwachten tot de eisende advocaat de dagvaarding voor het kort geding heeft betekend. In het onderhavige geval is de dagvaarding na vijf dagen nog steeds niet betekend. Waarom wil genoemde advocaat de dagvaarding niet op tijd sturen? De rechtbank, zo blijkt, heeft de dagvaarding wél ontvangen al dan niet in concept. Waarom wil de rechtbank de dagvaarding niet aan de burger beschikbaar stellen, zodat er voortgang in de nog steeds onbekende zaak komt.

Is dit onderdeel van een strategie? Wordt de rechtbank betrokken in een onwelriekend één-tweetje? Probeert de dagende partij voorkennis in de handen van de rechter te spelen en daarmee een voorsprong te creëren ten opzichte van de gedaagde? Is het gebruikelijk de burger, de gedaagde, voorafgaande aan het kort geding de nodige stress te bezorgen? Het doet sterk denken aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire en de reacties van mevrouw Leiten en de heer Omtzigt daarop.

Echter, de rechtspraak begint op meerdere punten op kromspraak te lijken. Een advocaat kan blijkbaar wel bij een rechter een spoedeisend belang bedingen. Hij kan kennelijk eenzijdig argumenten aanvoeren om de rechter te overtuigen van de billijkheid van zijn verzoek. Uit de opgevraagde rechtbankstukken blijkt ook dat de advocaat reeds telefonisch contact met de rechtbank heeft gehad maar de gedaagde tot op heden in het ongewisse laat. Waar in dit proces is er sprake van het rechtens toegekende hoor-en-wederhoor? Wanneer mag de gedaagde de rechter over zijn kant in deze nog steeds onbekende tenlastelegging informeren? Bijvoorbeeld door hem meer informatie te verstrekken en meer tijd te geven.

Is hier nog sprake van een eerlijk proces? De eisende partij kan kennelijk bepalen hoe lang of hoe kort hij nodig heeft voor het betekenen van een dagvaarding die reeds lang in het bezit is van de rechtbank. Het gevoel wordt opgedrongen een crimineel te zijn zonder dat het tot een beoordeling of veroordeling is gekomen. De gedaagde kan slechts afwachten.

Maar de ongelijkheid in behandeling stopt hier niet. De gedaagde blijft slechts de mogelijkheid om zijn of haar verdediging per post aan de rechtbank te sturen. Als er al sprake is van een verdediging, omdat immers de aanklacht niet bekend is. Dit moet minimaal 24 uur voor de aanvang van de zitting. Hierbij wordt aangetekend dat tijdige postbezorging in Nederland zeer veel te wensen overlaat. Duizenden poststukken raken verloren of worden niet op tijd bezorgd. Een scheve zaak. Want de eisende advocaat mag wel digitaal, per e-mail en fax, met de rechtbank communiceren. Het is rechtsongelijkheid in optima forma. Vrouwe Justitia kan niets worden verweten aangezien ons wordt voorgehouden dat zij blind en onafhankelijk is. Of zij daarmee ook ongevoelig is voor rede en rechtvaardigheid, valt nog te bezien.

De toezichthouder

  • Aangemaakt op .
© 2020 De Toezichthouder, All Rights Reserved